Herziening van de vermogensbelasting

Omdat wij veel vragen binnen hebben gekregen over de herziening van de vermogensbelasting wil ik graag een apart berichtje plaatsen over deze verandering.

Laat ik beginnen met onze opvatting dat de VVD het liefst helemaal geen vermogensbelasting ziet, maar ik zie helaas ook dat het lastig is om deze af te schaffen gezien het linkse politieke klimaat en het kost ook gewoon veel geld.  Ook was met deze belastingverlaging het voor ons heel belangrijk om eindelijk een keer de inkomstenbelasting en werkgeverslasten te verlagen.

De afweging voor het nieuwe – tijdelijke – stelsel

De afgelopen jaren ging men in box 3 uit van een fictief rendement van 4%. De VVD vond en vindt dit onrechtvaardig en wil graag overstappen naar een systeem waarbij het reëel rendement belast wordt, in plaats van een fictief percentage, vooral omdat het rendement op spaarrekeningen al jaren lager ligt.  De Staatssecretaris van financiën gaf echter aan dat, hoewel dit ook zijn wens zou zijn, nu voor de belastingdienst technisch niet uitvoerbaar zou zijn. Hoewel wij graag sneller stappen zou zetten naar het belasten van reëel rendement in plaats van een fictief rendement, begrijp ik de argumentatie van de Staatssecretaris wel. In de nieuwe box 3 houdt de belastingdienst wel al rekening met meer soorten vermogen, zoals bijvoorbeeld sparen of aandelen. Maar wij vinden het vooral belangrijk dat we in het nieuwe stelsel hebben vastgelegd dat zodra het mogelijk is de stappen richting reëel rendement gezet gaan worden. Het systeem van nu is dus een tussenoplossing.

Wat gaat er veranderen?

 Allereerst wordt de belastingvrije voet opgehoogd naar ongeveer 25.000 euro. Hierdoor hoeven 240.000 mensen die nu wel box III-heffingen betalen dat na de wijziging niet meer te doen. De rest van de belastingplichtigen betaalt over deze verhoogde vrije voet natuurlijk ook geen belasting en profiteert daar ook van.

Daarnaast verlagen we het tarief voor iedereen met een vermogen van minder dan 100.000. Ook mensen met een vermogen hoger dan 100.000 euro profiteren van het verlaagde tarief onder de 100.000, omdat zij over het eerste deel van hun vermogen onder de 100.000 euro minder belasting gaan betalen ook al betalen ze (nu) meer over alles daarboven. Overigens kan ook dat veranderen omdat het rendement jaarlijks wordt herzien. Gaat het rendement op beleggingen omlaag of de spaarrente daalt, dan gaan mensen ook minder belasting betalen. Dit geldt ook visa versa. Dat vindt de VVD een stap in de goede richting want het benadert daarmee meer de belasting op reëel rendement. Het resultaat is dat het omslagpunt voor meer of minder belasting ligt op 237.000 euro voor één persoon en 474.000 euro voor tweeverdieners. 90% van de belastingplichtigen in box 3 heeft een vermogen dat lager ligt dan dit omslagpunt en gaat dus minder belasting betalen.

Slotwoord

Zoals ik al aangeef is zowel het huidige als het nieuwe systeem in een zekere mate onrechtvaardig, omdat het gebaseerd is op een forfaitair systeem en niet het daadwerkelijk behaalde rendement. Maar zoals aangegeven wordt er, mede onder druk van de Tweede Kamer, nu alles aan gedaan om binnen enkele jaren op een belasting van het daadwerkelijk behaalde rendement te komen.  De stappen die de Tweede Kamer nu onderneemt om te komen naar een werkelijk rendement zijn de volgende. Allereerst, binnen drie jaar moet er een evaluatie plaatsvinden gericht op het mogelijk maken van het belasten van het reëel genoten rendement. Tevens is er tijdens afgelopen Belastingplan een motie aangenomen, gesteund door een grote meerderheid in de Kamer, dat de regering tijdens het volgende belastingplan met voorstellen moet komen om per 2018 vermogen te kunnen belasten op basis van werkelijk rendement. We gaan dus steeds meer naar een systeem gebaseerd op reëel genoten rendement en de meeste politieke partijen staan hier ook zeker achter. Ook de VVD zal hier op blijven drukken.